Hond

Ik ontmoette ze een keer op de hei waar ik mijn honden uitlaat: een mevrouw met een prachtige Flatcoated Retriever. Alleen – haar vacht zag eruit alsof de motten er al aan begonnen waren, dof, met kale plekken. De mevrouw was ten einde raad, ze had alles al geprobeerd en wist het nu echt niet meer. De hond beet en krabde zich nog verder stuk, het was heel akelig allemaal.

Ik nodigde de eigenares uit om wat haartjes in een envelop in mijn brievenbus te doen en ging aan de slag. Telefonisch gaf ik haar door wat er aan te doen was, daarna zag of hoorde ik niets meer.

Een dik half jaar later. Ik stapte met mijn honden de hei op. Vanuit de verte hoorde ik een vreugdeblaf, en binnen een minuut stond een glanzende Flatcoat voor me. Ze sprong tegen me op, draaide rondjes om mijn benen, likte mijn handen, alsof ze me jaren had gemist. Ik begreep het nog steeds niet, tot ik de bijbehorende mevrouw zag die aan kwam rennen.

We waren allebei verbijsterd. Hoe wist die hond dat ik het was die haar van haar jeuk en pijnlijke huid had afgeholpen? Want dat was de enige verklaring voor haar uitzinnige vreugde en aanhankelijkheid – ze kende me verder niet.

Daarna ben ik ze nog wel eens tegengekomen. De Flatcoat begroette me dan vriendelijk, maar afstandelijk. Tenslotte blijf je niet aan de gang, met bedanken.