MILKA HENRIQUES DE CASTRO
COMPLEMENTAIRE GENEESWIJZEN
HOME PRAKTIJKVOORBEELDEN CONTACT ACHTERGRONDEN

Genetische depressiviteit

Ik werd gebeld, op een zonnige zaterdag. "Ik weet dat dat ik je niet moet storen in het weekend, maar dit is overmacht. Als je het goedvindt breng ik je een goede vriendin van mij. Ze is er ernstig aan toe." Ik vind het goed. Gelukkig zijn de boodschappen gedaan en de honden uitgelaten.

Een klein halfuurtje later staat ze daar te huiveren op mijn stoep, broodmager, dodelijk bleek. Een warm vest, een kop thee, en een langdurige test later is het antwoord duidelijk: ze is genetisch depressief.

Dat is een term die ik gebruik om mensen aan te duiden die niet door een traumatische gebeurtenis in een depressie zijn geraakt, maar vaak al vanaf hun vroegste pubertijd (en soms nog eerder) depressief zijn geworden. Steeds een graadje erger. Aangezien dat meestal vaker in hun familie voorkomt, noem ik dat 'genetisch'. Vaak zijn ze al op allerlei manieren onder behandeling geweest, bij psychologen of psychiaters, en in de meeste gevallen helpt dat dus niet.

Ook niet bij haar. Ze was ervan overtuigd dat ze 'verkeerd dacht' en dat ze 'positief' moest leren denken en omdat ze dat niet kon, vond ze alles wat ze dacht en deed verkeerd. En het tragische is: ze deed helemaal niets verkeerd. Haar lichaam deed iets niet wat de lichamen van opgewektere mensen wel doen: voldoende voedingsstoffen opnemen. Dat maakt het voor genetisch depressieve mensen zo moeilijk: iedereen vindt dat ze alles verkeerd doen.

Ze moeten anders gaan denken, meer of juist minder gaan eten, ze moeten sporten, of zingen of meer uitgaan. Niet drinken, wel drinken.

En vooral: praten, praten, praten, bij de psych, bij hun ouders, bij vrienden en goedwillende collega's of studiegenoten. De door Freud in onze hoofden vastgezette gedachte, dat er iets gebeurd moet zijn, dat er iets verdrongen is, dat het er echt wel uitkomt als je iemand maar vertrouwt - wat een nachtmerrie. En dat allemaal terwijl er in je hersens helemaal niets fout gaat. Ze doen het prima, ze krijgen alleen niet genoeg stoffen binnen.

Gelukkig is er heel wat te doen aan voedingsstoornissen. Zonder medicijnen, met het juiste voedsel en de juiste voedingssupplementen, kan iemand compleet opleven en normaal gaan functioneren. De enige grap is: het is erg belangrijk om dat heel zorgvuldig uit te kienen. En de cliŽnt moet natuurlijk ook bereid zijn om zich aan al die voorschriften te houden, anders heeft het geen zin.

Inmiddels zijn er jaren verstreken. Het gaat heel erg goed met haar, ze is met glans afgestudeerd en heeft een goed en gezond leven, alsof er nooit iets aan de hand is geweest. Haar lichaam is zelfs beter vitamines gaan opnemen en omzetten, waardoor ze de middelen die ik haar indertijd heb gegeven, niet of nauwelijks meer nodig heeft.

Voorbeelden uit mijn praktijk

 

Huidprobleem

Kaakholteproblemen

Genetische depressiviteit

Autoimmuun

Hond

Hoofdpijn

Niet lekker in je vel zitten

Milka2013a
HOME